1 september 1939. De oorlog begint niet met een bombardement, maar met een besluit. En een eerste vlucht.
Duitse troepen vielen Polen binnen.
De Britse en Franse regeringen stelden Duitsland een ultimatum: als de troepen niet vóór 3 september om 11.00 uur uit Polen zouden worden teruggetrokken, zou de oorlog worden verklaard. Toen Duitsland niet reageerde, gingen Groot-Brittannië en Frankrijk tot oorlog over.
Drieënzestig minuten later steeg een Blenheim-verkenningsbommenwerper op van het vliegveld Wyton. Daarmee begon de eerste operationele vlucht van Bomber Command in de Tweede Wereldoorlog.
Groot-Brittannië was al sinds het midden van de jaren dertig bezig met herbewapening, en Bomber Command stond vanaf het eerste moment van de oorlog klaar om vanuit bases in Engeland te opereren. Er lag bovendien een uitgewerkt pakket aan plannen, de zogenoemde Western Air Plans, opgesteld vanaf 1936.
De planners gingen ervan uit dat Duitsland direct in West-Europa zou aanvallen, hetzij door zware bombardementen op Groot-Brittannië, hetzij door een landoffensief via Frankrijk en België. De plannen van Bomber Command waren daarop afgestemd. Als Duitsland zou bombarderen, zouden de Britten Duitse vliegvelden en bevoorradingsdepots aanvallen. Als het Duitse leger Frankrijk binnenviel, zouden de aanvoerlijnen van dat leger doelwit worden. Daarnaast bestond er een plan voor strategische aanvallen op de Duitse oorlogsindustrie, met name op olie-installaties.
Opvallend was dat er geen concrete plannen waren om Polen te helpen. Dat was ook moeilijk, aangezien de dichtstbijzijnde doelen op ongeveer 700 mijl van de Britse vliegvelden lagen.
Er ontstond echter een onverwachte vertraging. Op de dag van de inval in Polen riep president Roosevelt alle betrokken landen op om geen bombardementen uit te voeren op onverdedigde steden of doelen waarbij burgers getroffen konden worden. Groot-Brittannië en Frankrijk gingen hier direct mee akkoord. Duitsland volgde later.
Daardoor kreeg Bomber Command de opdracht om geen doelen op Duits grondgebied aan te vallen. Alleen Duitse marineschepen mochten worden aangevallen, en dan nog uitsluitend wanneer zij zich niet direct bij havens bevonden. Daarnaast werden vluchten uitgevoerd om propagandapamfletten boven Duitsland te verspreiden.
Hoewel deze beperkingen voor de bemanningen verrassend waren, waren de bevelhebbers opgelucht dat zij niet meteen in een grootschalige oorlogscampagne werden ingezet. Er was tijd om de strijdkrachten verder op te bouwen en ervaring op te doen.
Kort vóór het uitbreken van de oorlog was een deel van Bomber Command al naar Frankrijk verplaatst. Hierdoor bleef in Engeland een kern over van drieëntwintig operationele squadrons met ongeveer 280 vliegtuigen.
De vier belangrijkste vliegtuigtypen — Blenheim, Wellington, Whitley en Hampden — waren technisch betrouwbaar. De meeste waren in staat om vrijwel heel Duitsland te bereiken. Aanvankelijk was het plan om overdag in hechte formaties te bombarderen, maar alleen de Whitley-eenheden waren getraind voor nachtoperaties.
De eerste operaties bestonden uit het verspreiden van pamfletten en aanvallen op de Duitse vloot. Nederland en België waren nog neutraal, waardoor directe routes naar Duitsland werden geblokkeerd. Vliegtuigen moesten omvliegen via de Noordzee of Frankrijk.
Dagoperaties bleken gevaarlijk zodra Duitse jagers werden ingezet. Nachtvluchten daarentegen leverden relatief weinig verliezen op, behalve door slecht weer. In deze beginperiode was het aantal technische storingen opvallend laag, mede dankzij goed opgeleid grondpersoneel.
Later werden de pamfletvluchten uitgebreid tot steden als Praag, Wenen en Warschau. Het effect op de Duitse bevolking was waarschijnlijk gering, maar de bemanningen deden waardevolle ervaring op in nachtoperaties.
De bombardementen bleven voorlopig beperkt. Slechts één keer, in maart 1940, werd een grotere operatie uitgevoerd. De kracht van Bomber Command werd bewust gespaard.
Er konden geen bombardementen worden uitgevoerd ter ondersteuning van Polen, dat binnen een maand werd verslagen door de gezamenlijke aanval van Duitsland en de Sovjet-Unie.
Foto: “Uit het operationele logboek – nacht van 9 op 10 juli 1943.”
Boven dit artikel staat een pagina uit het logboek van Bomber Command.
Per vliegtuig is vastgelegd wie er aan boord waren, wanneer ze opstegen en terugkeerden, en wat er tijdens de vlucht gebeurde.
De bemanningen noteren het doel, de hoogte, het weer en wat ze konden zien.
Of het doel werd gevonden, of de bommen werden gelost, en hoe de terugvlucht verliep.
Soms goed zichtbaar, soms alleen flares in de bewolking.
Het zijn korte, zakelijke aantekeningen.
Maar samen geven ze een precies beeld van zo’n nacht: vertrekken in het donker, zoeken naar een doel dat vaak niet zichtbaar is, en hopen weer terug te komen.
Geen verhaal achteraf, maar wat er op dat moment werd gezien en gedaan.


