History on WW2 History Europe of the Regina Rifles 

 

Dutch

 

Website Regina Rifles

Bill Brown

Hilversum, 4 april. 1996. We zoeken telefonisch contact met de 50-jarige Peter van Velsen. Hij wordt gezocht door de Canadees William Brown, die beweert zijn vader te zijn. Misschien spreekt hij de waarheid, maar zijn verhaal staat haaks op de inhoud van een brief die Peter van Velsen in 1983 uit Canada ontving.

Peter groeide op in een gezin met zes kinderen. Hij wist dat de man van zijn moeder niet zijn vader was. Hem was verteld dat zijn moeder in augustus 1945 op een dansavond de Canadese soldaat William Brown had ontmoet. Er was een serieuze verhouding ontstaan, die uitmondde in een verloving. Kort voordat William werd teruggeroepen naar Canada, bleek zijn Nederlandse verloofde zwanger te zijn. Hij beloofde terug te komen en met haar te trouwen. Later schreef hij vanuit Canada dat zijn ouders een terugkeer in de weg stonden.

Nadat Peter was geboren, correspondeerde zijn moeder nog enige tijd met de soldaat in Canada. Toen duidelijk werd dat William Brown nooit zou terugkeren naar Nederland, verscheurde ze uit woede alle brieven en foto’s die ze van William bezat en gooide de stukken weg.

Rond 1980 startte Peter van Velsen een zoektocht naar zijn vader. Omdat de belangrijkste gegevens door zijn moeder waren vernietigd, had Peter niet veel meer in handen dan een naam. Omdat zijn moeder had verteld waar William Brown indertijd gelegerd was, kon hij wel nagaan van welke divisie hij deel had uitgemaakt. Nadat bleek dat verschillende instanties hem niet konden helpen, zocht Peter contact met een Canadese vrouw die verschillende ‘bevrijdingskinderen’ met succes had geholpen bij de zoektocht naar hun vader.

In december 1983 kreeg Peter een brief van haar met de volgende informatie: ‘Ik ben druk aan het werk geweest om William Brown te vinden. Het is me gelukt, maar helaas met trieste gevolgen. Omdat de naam Brown in Canada veel voorkomt, heeft dit alles tijd gekost. Maar nadat ik met veel mensen gepraat heb, heb ik zijn adres te pakken gekregen. Ik had zijn vrouw aan de telefoon en heb haar allerlei vragen gesteld om er zeker van te zijn dat het de juiste man is. Het staat vast dat deze William Brown indertijd was gelegerd in de woonplaats van uw moeder. lk heb haar niet verteld waarom ik dit alles wilde weten, want ik kreeg van haar te horen dat uw vader al een paar jaar in een tehuis woont.

Hij is verlamd en herkent niemand meer. Ik heb maar gezegd dat hij gezocht werd door oude vrienden uit Holland. Voor de zekerheid heb ik ook met dat tehuis gebeld, maar helaas werd bevestigd dat uw vader niet aanspreekbaar is. Om deze reden wil ik u zijn adres niet geven. Het zou tot grote problemen met zijn vrouw kunnen leiden, die immers van niets weet. Ik verstrek uitsluitend adressen van vaders die zelf erkennen dat ze bevriend zijn geweest met een Nederlands meisje.’ Peter concludeerde hieruit dat hij zijn vader nooit zou ontmoeten en probeerde zich erbij neer te leggen.

Door alles diep weg te stoppen lukte dat ook. Maar toen hij in mei 1995 naar de televisieprogramma’s keek ter gelegenheid van de vijftigste gedenkdag van de bevrijding, moest hij wel weer terugdenken aan de zoektocht naar zijn vader. Tegen zijn vrouw zei Peter gekscherend dat zijn vader misschien wel in een rolstoel werd voortgeduwd in de defilés. Maar vanwege de berichten uit 1983 over zijn ziekte ging Peter er in werkelijkheid van uit dat William Brown al geruime tijd was overleden.

Spoorloos kreeg in het najaar van 1995 via de Nederlandse ambassade in Canada een brief van de 75-jarige oorlogsveteraan William Brown. Hij schreef dat hij op zoek was naar de zoon die na de oorlog was voortgekomen uit zijn verhouding met een Nederlands meisje. William Brown herinnerde zich de naam van de moeder en wist dat hun zoon Peter heette. Uit de brief bleek waar hij het meisje destijds had ontmoet. Ook vermeldde hij de correspondentie met haar, die na de geboorte van het kind was verbroken.

Hilversum, 28 April 1996. In een rechtstreekse uitzending van Spoorloos vertelt Peter van Velsen hoe hij reageerde toen we hem belden met de mededeling dat ene William Brown uit Canada naar hem op zoek was. Peter wilde dit niet geloven en nam aan dat iemand hem voor de gek hield. Hij had immers gehoord dat zijn vader in 1983 al niet meer aanspreekbaar was. En het bericht van de Canadese vrouw die voor hem naar William Brown op zoek was gegaan. had hij voor waar aangenomen. Peter had weliswaar geen bewijs gekregen dat haar beweringen klopten, maar haar goede reputatie bij Nederlandse bevrijdingskinderen had destijds geen enkele aanleiding tot twijfel gegeven. Peter: ‘Ik stond tijdens het telefoongesprek met Spoorloos dan ook te trillen op mijn benen. Het zou betekenen dat ik twaalf jaar misleid was.

Nu ik de informatie heb gelezen over de William Brown die naar mij op zoek is, moet ik concluderen dat die Canadese vrouw indertijd de verkeerde man heeft gevonden. Ik vind dat heel jammer, want in zekere zin hebben we twaalf jaar verloren.

Mijn vader is nu 75 jaar. Het is bijzonder dat hij nog leeft, maar we hadden elkaar al veel eerder moeten ontmoeten.’ De vader van Peter reageert in een korte reportage op de vraag of er ook wat hem betreft sprake is van verloren tijd: ‘Ik voel hetzelfde. Had hij mij toen maar gevonden, dan hadden we elkaar een paar jaar langer meegemaakt. We hebben nu inderdaad minder tijd. Als Peter mij eerder had ontmoet, zou hij een hardwerkende vader hebben gezien die steeds ouder werd. Ik heb mijn hele leven moeten werken. Het was niet makkelijk om brood te verdienen voor een gezin met vier kinderen. Dat ik een zoon had in Nederland, wilde ik liever niet weten. Vier jaar geleden besloot ik naar hem op zoek te gaan. Mijn oudste zoon hielp me, maar we kwamen niet ver. Nu ik weet dat ik hem binnenkort ontmoet, weet ik niet goed wat ik moet zeggen. Ik kom uit een eenvoudige familie en heb maar weinig opleiding gehad. Het zal moeilijk zijn om de juiste woorden te vinden, ook omdat het een zware last is om na al die tijd mijn zoon te zien. Maar ik ben blij dat we elkaar toch nog hebben gevonden.’